Ik ben niet zo’n beller: hoe los ik dat op?

telefoon angst

Het is goed om een zieke dierbare te laten weten dat je aan hem of haar denkt, om af en toe even contact te zoeken voor een babbeltje of om een afspraak te maken voor een bezoekje. Maar veel mensen vinden bellen maar niks, dus hoe doe je dat dan?

Als je “vroeger” contact met iemand zocht dan ging je langs, stuurde je een brief of belde je. Tegenwoordig zijn er zoveel nieuwe manieren om contact te zoeken, WhatsApp, Facebook, Skype, dat die “ouderwetse” manieren steeds minder worden gebruikt. Doordat mensen bijna nooit meer bellen, kunnen ze een telefoonangst ontwikkelen.

Telefoonangst, wat is dat?
Doordat mensen steeds minder bellen, kunnen ze een telefonisch gesprek als hectisch ervaren. Ze zijn bang voor ongemakkelijke stiltes en voelen daarom druk om het gesprek gaande te houden. Deze druk levert dan weer stress op, wat voor de persoon aan de andere kant van de lijn waarschijnlijk merkbaar is.

Een andere reden voor telefoonangst zou kunnen zijn dat telefonische gesprekken minder goed te sturen zijn dan de gesprekken die uit getypte berichtjes bestaan. Dit kan voor irritaties en teleurstellingen zorgen, doordat het gesprek een oppervlakkig kletspraatje blijft en niet de door de beller verlangde richting op gaat. Psychologe Kira Asatryan zegt dan ook dat dit de reden is dat telefoontjes van dierbaren ons het vaakst frustreren.

We zullen misschien nooit van bellen gaan houden, maar soms moet het nu eenmaal gebeuren. Hieronder geven we daarom drie tips die je helpen om je toekomstige telefoongesprekken zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Tips:

1. Stel vragen

Dit is de makkelijkste tip voor een vlot gesprek. Door het stellen van vragen laat je zien (of in dit geval: horen) dat je interesse in de andere hebt en dat je bereid bent een diepgaand gesprek te voeren. Dus als je zieke tante je vertelt dat ze gisteren een doktersafspraak heeft gehad, vraag haar dan hoe de afspraak verliep, wat de dokter heeft gezegd en vooral hoe zij zich daarbij voelde.

2. Vermijd oppervlakkigheid

Aan de telefoon hebben we het vaak over onze plannen voor het weekend of over hoe onze dag is geweest, maar daardoor praat je nooit echt over het onderwerp waarover je wilde bellen. Zeker als je iemand uit je omgeving belt die ziek is, is het vaak lastig om to the point te zijn en te vragen naar de ziekte. Zorg er toch voor dat je niet te veel tijd besteed aan oppervlakkige ditjes en datjes, anders blijf je na het gesprek teleurgesteld achter, omdat je niet hebt gevraagd wat je had willen vragen.

3. Dig deeper

Meer diepgang creëeren in een telefoongesprek, hoe doe je dat? Neem jezelf voor dat je tijdens het gesprek zo goed mogelijk probeert te achterhalen hoe de ander zich voelt. Zo gaat de eerste vraag aan je zieke tante over haar doktersafspraak, maar gaat het een paar vragen later over haar gevoelens tijdens en na de afspraak. Het vragen naar gevoelens is de sleutel om de persoon aan de andere kant van de lijn zo goed mogelijk te leren kennen en begrijpen: zo laat je ziet dat je écht geïnteresseerd bent in de ander.

Het lukt je nu vast om je over die vervelende telefoonangst heen te zetten. Lukt het je nog altijd niet om op het groene hoorntje te drukken? Stuur dan in ieder geval een kaartje.

 

Bron: Goed Gevoel